img_0660-web

img_657

Het Stedelijk Museum Vianen heeft niet de beschikking over een eigen collectie. Die is in het bezit van de gemeente. Daarmee is in nauwe samenwerking een semi-permanente tentoonstelling ingericht over de geschiedenis van Vianen, getiteld'Historisch Vianen'. In een benedenzaal krijgt de bezoeker op een moderne wijze en in chronologische volgorde een goed beeld van het ontstaan, de opkomst en ontwikkeling van Vianen.

tuinbrederode-400

Ontstaansgeschiedenis
Het gebied rondom Vianen was eeuwenlang een veenmoeras: drassig en onherbergzaam. In 944 gaf de Duitse keizer Otto I deze veengronden aan de bisschop van Utrecht. Onder zijn leiding begon de drooglegging en ontginningvan de veengronden. Zo beheerden rond het jaar 1000 Benedictijner monniken van de Sint Laurentiusabdij uit Oostbroek bij De Bilt een boerderij in het buurtschap Helsdingen. Hier bouwden zij een houten kapel. Om overstromingen tegen te gaan damde men bij Wijk bij Duurstede de Rijn af, waardoor de Lek veel Rijnwater kreeg te verwerken. Voor de drooggelegde gronden waren een goede afwatering en dijken vanlevensbelang. Om deze gronden goed te beheren werd in 1284 door de heren Van Arkel en Van Vianen een overeenkomst getekend.

Castrum suum Vyanen
Omstreeks 1260 woonde Zweder van Beusinchem op een burcht genaamd Kasteel op de Bol. Op 1 december 1271 kreeg Zweder van de Utrechtse bisschop Jan van Nassau het marktrecht. In de acte kwam voor het eerst de naam Vianen voor: castrum suum Vyanen. Zweder die omstreeks 1285 stierf wordt als de stamvader beschouwd van de heren Van Vianen.

Stichter van Vianen
Zijn zoon noemde zichzelf Hubrecht van Vianen. De kleindochter van Hubrecht van Vianen, Heilwich, trouwde in 1326 met Willem van Duivenvoorde. Deze Willem wordt beschouwd als de stichter van Vianen. Gesteund door graaf Willem III van Holland kwam Vianen tot grote bloei. Door het geven van privileges in 1335 en 1336 werd Vianen tot stad verheven. Zo kreeg men het recht om drie jaarmarkten en een weekmarkt op woensdag te houden. De paardenmarkt wordt tot op heden een maal per jaar gehoudenen de warenmarkt vindt nog steeds op woensdag plaats. Verder stelde Van Duivenvoorde het college van richter en schepenen als bestuur aan en legde hij de basis voor Vianen.

Vestingstad aan de Lek
Willem van Duivenvoorde was de bouwheer van de stad Vianen. Hij ontwierp een stadsplattegrond volgens een geometrisch plan: een bastidegenaamd. Zo kon er een Hollandse vestingstad gebouwd worden met een kasteel, verdedigingswerken, torens, grachten en poorten. Daarbij was de ligging van Vianen op de grens van Holland en Utrecht van groot economisch belang. Een goede bron van inkomsten uit het Lekgebied vormden de belastingen op de visserij, de vogelvangst en het pontveer. Rond 1370 bouwden de heren Van Vianen op een strategisch gunstig gelegen plaats langs de Lek kasteel Batestein.

blaeu-plattegrond

Reinhout-3-van-Brederode

Vrijstad Vianen
Het geslacht Van Brederode is met de geschiedenis van Vianen verbonden door het huwelijk van Johanna van Vianen met Walraven van Brederode in 1414. De bezittingen, waaronder kasteel Batestein, gingen over naar het geslacht Van Brederode, dat hierdoor in een betere financiële positie kwam. Onder Reinoud III van Brederode (1492-1556) werd Batestein één van de mooiste kastelen van Nederland. Reinoud was een eigenzinnig man, hij bestuurde de heerlijkheden Vianen en Ameide alsof ze niet leenplichtig waren aan Holland – wat ze wel waren – en stelde zelf regels op het gebied van de muntslag en justitie – waartoe hij het recht niet had. Reinoud was lid van de Raad van State en ridder in de Orde van het Gulden Vlies. Hij speelde een aanzienlijke rol aan het hof van Karel V, van wie hij raads- en kamerheer was. Vanaf 1531 bewoonde Reinoud het Kasteel Batestein en oefende hier zijn titel als ‘Heer van Vianen’ uit. 

Hendrik-van-Brederode

Grote Geus
Hendrik van Brederode - geboren in Brussel - was samen met Willem van Oranje page aan het Spaanse hof van Karel V. Beiden werden de helden in de strijd tegen de zoon van Karel V: Philips II. Zij protesteerden tegen de strenge wetten en de inquisitie tijdens de vervolging van de protestanten. De voorbereidingen voor het beroemde Smeekschrift der Edelen vonden plaats op Kasteel Batestein. Op 5 april 1566 werd dit Smeekschrift in Brussel aangeboden aan landvoogdes Margareta van Parma. In dezelfde tijd liet Hendrik kasteel Batestein versterken met de bolwerken Oranje en Nassau. Nieuw geschut van Willem van Oranje werd binnen de stadsmuren van Vianen aangebracht. Hendrik bracht zelfs een legertje op de been. De edelen werden door de Spanjaarden aangezien als een stelletje schooiers: in het Frans: gueux in het Nederlands: geuzen. Hendrik kreeg als eretitel: De Grote Geus. Zijn medestanders droegen als insigne de geuzenpenning. Het verzet van de geuzen mislukte.

Gravures uit 1614
Hier ziet u de indrukwekkende begrafenisstoet van Walraven III van Brederode (1547-1614) in de Voorstraat op weg naar het praalgraf van de familie Van Brederode in de Grote Kerk. Walraven was een broer van Hendrik en Floris van Brederode. Hij was burggraaf van Utrecht en werd in 1580 lid van de Utrechtse ridderschap. In 1599 werd hij voogd van Johan Wolfert van Brederode een zoon van Floris. Hij stierf kinderloos. In zijn begrafenisstoet liepen veel hoogwaardigheidsbekleders mee. De stoet is vastgelegd op een rouwprent die bestaat uit 12 gravures (zie afbeelding) gemaakt door Simon Frisius in 1614, het jaar dat Walraven III van Brederode stierf. Naar de mode van die tijd werd de uitvaart van belangrijke personen op prenten in beeld gebracht. De namen van de deelnemers werden erbij gezet.

begrafenisschild-schild-39-web-750-400

Hendrick Cornelisz Vroom, De aankomst van Johan Wolfert van Brederode en Anna Johanna van Nassau-Siegen in Vianen in 1619l

Schilderij van een historische gebeurtenis
Dit schilderij van Hendrik Corneliszoon Vroom hangt in de Burgerzaal van het Stadhuis van Vianen. Een digitale versie met touchscreen is te zien op de tentoonstelling Historisch Vianen.
De aanleiding om dit schilderij te maken was de bruiloft van Johan Wolfert van Brederode en Anna Johanna van Nassau –Siegen in 1619.

Vroom: bekende 17e eeuwse schilder van zeestukken
Hendrik Corneliszoon Vroom werd in 1599 in Haarlem geboren. Zijn levensloop werd uitvoerig beschreven door Carel van Mander in 'Het leven der doorluchtighe Nederlantsche en Hoogh-Duytsche schilders'. Vroom begon zijn loopbaan met het beschilderen van Delfts aardewerk. Hij werkte in vele steden in Europa: Sevilla, Livorno, Venetië, Rome, Milaan, Lyon, Parijs en Dantzig. Tijdens zijn reizen kreeg hij les van de schilder Paulus Bril. Naast het schilderen van zeestukken kreeg Vroom opdrachten voor tapijten met zeeslagen. Vroom ontwikkelde zich tot een van de eerste en zeer belangrijke schilders van zeestukken die opvallen door hun grote formaat.

JPeetersGezicht op Vianen

Kasteel Batestein
Kasteel Batestein is op het schilderij van Vroom in volle glorie afgebeeld. De heren Van Vianen begonnen rond 1370 de bouw van een burcht op een strategisch gelegen plaats langs de Lek. Batestein werd ontleend aan de naam van de echtgenote van Gijsbrecht van Vianen: Beatrix van Egmond. De verklaring voor de naam is als volgt: Beatrix wordt Beate of Bate. Stein betekent huis. Batestein = het huis van Bate.
De donjon van het kasteel werd gefinancierd met het losgeld betaald door de Franse graaf van Saint-Pol. Deze graaf was in 1371 door Gijsbrecht krijgsgevangen genomen tijdens de slag bij het Duitse Baesweiler. Gijsbrecht vocht aan de kant van de graaf van Gelre in een oorlog gevoerd tegen de hertog van Brabant. De donjon kreeg als naam Saint Poltoren en werd in de volksmond verbasterd tot Simpeltoren. Deze imposante toren, beeldbepalend voor de skyline van Vianen, straalde de macht uit van de heren van Vianen.

Van pronkstuk tot ruïne
Onder Reinoud de Derde van Brederode die leefde van 1492 tot 1556 werd Batestein verfraaid tot één van de mooiste kastelen van Nederland. Tijdens de Spaanse bezetting raakte kasteel Batestein tijdelijk in verval. De Spaanse troepen gebruikten de Saint-Poltoren voorzien van kanonnen als verdedigingswerk. Hendrik van Brederode kon zich slechts over een klein gedeelte van het rijke bezit ontfermen. Een tweede bloeiperiode was in de Gouden Eeuw tijdens het bewind van Johan Wolfert van Brederode zoals op dit schilderij is te zien.
In 1696 verwoestte een brand het kasteel. Het restant bleef tot het begin van de 19e eeuw in gebruik als kazerne en militair hospitaal en werd daarna geleidelijk gesloopt. De bakstenen werden gebruikt voor dijkverzwaring en voor de productie van cement. In het stadsbeeld van Vianen zijn enkele overblijfselen van kasteel Batestein te zien bij de Hofpoort met de pomp.

 Statenjacht_Web-750--400

Het Statenjacht
Het jacht waarmee Johan Wolfert van Brederode en Anna Johanna naar Vianen voeren is een zogenoemd Statenjacht of Prinsenjacht. Het hier afgebeelde jacht was eigendom van Prins Maurits. Het was een dienstvaartuig voornamelijk gebruikt voor het vervoeren van hooggeplaatste personen van het landsbestuur van de Staten van Holland.

Luxueuze tweemaster
Het jacht was een comfortabel vervoermiddel. Het voer meestal op binnenwateren maar kon ook op zee benut worden bij niet te ruw weer. Het jacht heeft twee masten, een volrond voorschip en een achterschip met een uitbundig versierde spiegel. Onderdeks bevinden zich een ruime kajuit, een kombuis en slaaphutten. Achterop is een luxueus paviljoen met grote ramen.
De positie van het jacht is door Vroom opzettelijk verkeerd weergegeven om Kasteel Batestein als achtergrond te kunnen gebruiken. In de hoofdmast wappert de Hollandse vlag met het wapen van de Van Brederodes en op de achtersteven een vlag met de zwijnskop: het embleem van de Van Brederodes.

Wilt U meer weten, neem dan contact met ons op