Historisch Vianen

Ontstaansgeschiedenis
Het gebied rondom Vianen was eeuwenlang een veenmoeras: drassig en onherbergzaam. In 944 gaf de Duitse keizer Otto I deze veengronden aan de bisschop van Utrecht. Onder zijn leiding begon de drooglegging en ontginningvan de veengronden. Zo beheerden rond het jaar 1000 Benedictijner monniken van de Sint Laurentiusabdij uit Oostbroek bij De Bilt een boerderij in het buurtschap Helsdingen. Hier bouwden zij een houten kapel. Om overstromingen tegen te gaan damde men bij Wijk bij Duurstede de Rijn af, waardoor de Lek veel Rijnwater kreeg te verwerken. Voor de drooggelegde gronden waren een goede afwatering en dijken vanlevensbelang. Om deze gronden goed te beheren werd in 1284 door de heren Van Arkel en Van Vianen een overeenkomst getekend.

Castrum suum Vyanen
Omstreeks 1260 woonde Zweder van Beusinchem op een burcht genaamd Kasteel op de Bol. Op 1 december 1271 kreeg Zweder van de Utrechtse bisschop Jan van Nassau het marktrecht. In de acte kwam voor het eerst de naam Vianen voor: castrum suum Vyanen. Zweder die omstreeks 1285 stierf wordt als de stamvader beschouwd van de heren Van Vianen.

Stichter van Vianen
Zijn zoon noemde zichzelf Hubrecht van Vianen. De kleindochter van Hubrecht van Vianen, Heilwich, trouwde in 1326 met Willem van Duivenvoorde. Deze Willem wordt beschouwd als de stichter van Vianen. Gesteund door graaf Willem III van Holland kwam Vianen tot grote bloei. Door het geven van privileges in 1335 en 1336 werd Vianen tot stad verheven. Zo kreeg men het recht om drie jaarmarkten en een weekmarkt op woensdag te houden. De paardenmarkt wordt tot op heden een maal per jaar gehoudenen de warenmarkt vindt nog steeds op woensdag plaats. Verder stelde Van Duivenvoorde het college van richter en schepenen als bestuur aan en legde hij de basis voor Vianen.

Vestingstad aan de Lek
Willem van Duivenvoorde was de bouwheer van de stad Vianen. Hij ontwierp een stadsplattegrond volgens een geometrisch plan: een bastidegenaamd. Zo kon er een Hollandse vestingstad gebouwd worden met een kasteel, verdedigingswerken, torens, grachten en poorten. Daarbij was de ligging van Vianen op de grens van Holland en Utrecht van groot economisch belang. Een goede bron van inkomsten uit het Lekgebied vormden de belastingen op de visserij, de vogelvangst en het pontveer. Rond 1370 bouwden de heren Van Vianen op een strategisch gunstig gelegen plaats langs de Lek kasteel Batestein.

Vrijstad Vianen
Het geslacht Van Brederode is met de geschiedenis van Vianen verbonden door het huwelijk van Johanna van Vianen met Walraven van Brederode in 1414. De bezittingen, waaronder kasteel Batestein, gingen over naar het geslacht Van Brederode, dat hierdoor in een betere financiële positie kwam. Onder Reinoud III van Brederode (1492-1556) werd Batestein één van de mooiste kastelen van Nederland. Reinoud was een eigenzinnig man, hij bestuurde de heerlijkheden Vianen en Ameide alsof ze niet leenplichtig waren aan Holland – wat ze wel waren – en stelde zelf regels op het gebied van de muntslag en justitie – waartoe hij het recht niet had. Reinoud was lid van de Raad van State en ridder in de Orde van het Gulden Vlies. Hij speelde een aanzienlijke rol aan het hof van Karel V, van wie hij raads- en kamerheer was. Vanaf 1531 bewoonde Reinoud het Kasteel Batestein en oefende hier zijn titel als ‘Heer van Vianen’ uit.

Grote Geus
Hendrik van Brederode – geboren in Brussel – was samen met Willem van Oranje page aan het Spaanse hof van Karel V. Beiden werden de helden in de strijd tegen de zoon van Karel V: Philips II. Zij protesteerden tegen de strenge wetten en de inquisitie tijdens de vervolging van de protestanten. De voorbereidingen voor het beroemde Smeekschrift der Edelen vonden plaats op Kasteel Batestein. Op 5 april 1566 werd dit Smeekschrift in Brussel aangeboden aan landvoogdes Margareta van Parma. In dezelfde tijd liet Hendrik kasteel Batestein versterken met de bolwerken Oranje en Nassau. Nieuw geschut van Willem van Oranje werd binnen de stadsmuren van Vianen aangebracht. Hendrik bracht zelfs een legertje op de been. De edelen werden door de Spanjaarden aangezien als een stelletje schooiers: in het Frans: gueux in het Nederlands: geuzen. Hendrik kreeg als eretitel: De Grote Geus. Zijn medestanders droegen als insigne de geuzenpenning. Het verzet van de geuzen mislukte.

Gravures uit 1614
Hier ziet u de indrukwekkende begrafenisstoet van Walraven III van Brederode (1547-1614) in de Voorstraat op weg naar het praalgraf van de familie Van Brederode in de Grote Kerk. Walraven was een broer van Hendrik en Floris van Brederode. Hij was burggraaf van Utrecht en werd in 15